Column 007: “De slappe lach voor het slapengaan”

Bibliocenter Blog - Column 007

Regelmatig komen er ouders met kinderen in bieb die nog geen lid zijn van de bibliotheek, maar dat wel graag willen worden. Omdat de leraar of de logopedist aanraadt wat meer te gaan lezen.

Of omdat het kind ‘al járen zeurt’ om een pasje van de bieb en ‘dat het er dan nu toch maar eens van moet komen’. En er zijn ook mensen die nog niet van het bestaan van de bibliotheek af weten, en er via via achter komen dat er zoiets bestaat als ‘een plek waar je boeken leent’. Wat jammer dat deze mensen zo lang het plezier van leuke verhalen hebben gemist, denk ik dan. Maar ook erg fijn dat ze nu wél komen!

Nu ben ik natuurlijk zelf een leesfan en ik was al jaren lid van de bieb voordat ik moeder werd. En meteen toen ik na de bevallingen weer enigszins op mijn benen kon staan, kregen mijn kids ook een biebpasje. Super leuk, want ze kregen een BoekStart koffertje en er ging een wereld aan mogelijkheden voor mij als nieuwbakken moeder open. Want hoe hou je toch de hele dag twee kleine kinderen bezig? Dus elke paar weken bezocht ik de bibliotheek en ging ik met een wandelwagen vol baby’s, babyboekjes en later puzzels en eerste leesboekjes naar huis. Ik las ze voor uit Bobbi en Nijntje en sommige verhaaltjes moest ik zo vaak herhalen, dat ze op hun tweede verjaardag het hele verhaaltje uit hun hoofd konden opzeggen.

Toen ik zelf bij de bieb kwam te werken (hoera!), leerde ik van mijn ervaren collega’s welke boeken echt de allerleukste boeken éver zijn voor kids. Inmiddels zitten mijn kinderen halverwege de basisschool en lees ik ze nog steeds elke dag voor. Het liefst humoristische boeken, zodat ze daarna lekker ontspannen kunnen gaan slapen. Mijn ervaren jeugdboekencollega raadde me ’t laatst boeken aan (die van Meneer Gom) waarvan het hele gezin tranen heeft van het lachen. Passages die ik wel drie keer moet lezen, en soms de volgende dag nóg een keer, omdat het zo hilarisch is – ook voor volwassenen. En oh wee als ik moe ben of geen zin heb: ik moet en zal even voorlezen voor het slapengaan, ook al is het maar één bladzijde. Zelfs toen ik een keer een weekje in het ziekenhuis lag. “Maar mama, ik kan toch bij je op bed komen zitten? Die infuuspomp en katheter schuiven we gewoon aan de kant.” Ze sturen mij zelfs een sms als ik aan het werk ben, met ‘mam, neem je de Waanzinnige Boomhut deel 3 voor me mee? En doe ook maar die van Ninja Kid?’ Super leuk, omdat we regelmatig de slappe lach hebben om een verhaal. Super leuk, omdat mijn zoon zijn leesniveau in een jaar tijd twee niveaus opkrikte. Superleuk omdat mijn dochter juist niet een die hard lezer is, maar wel het hardste zeurt om ‘nog een verhaaltje’.

Ik geef mezelf dus even een schouderklopje – sorry voor het opschepperige ervan. Want ik weet zeker dat als ik niet steeds nieuwe boeken had gehaald, als ik niet had voorgelezen vanaf baby af aan, als ik nooit zelf had gelezen en het goede voorbeeld had gegeven, dat we heel wat uurtjes plezier hadden gemist. En dat we niet zó vaak de slappe lach hadden gehad voor het slapengaan. En ja klopt: dat we ook nooit een boek hadden hoeven vergoeden waar een beker melk overheen was gegaan of waar een bladzijde uit was gescheurd.

Inmiddels schrijft mijn dochter haar eigen boek. “Bella en de eenhoorn”, heet het. “Want wat die schrijver kan, kan ik ook, mama. Ik heb ook allemaal verhalen in mijn hoofd die ik wil opschrijven en tekenen.” De wijze les hieruit hoef ik denk ik niet uit te spreken…