Column 003: “Zo dun mogelijk, alsjeblieft!”

Bibliocenter Blog - Column 003

Er zijn middelbare scholieren die heel graag lezen, die gewoon deel 1 t/m 5 van een serie in één keer lenen omdat het leuk is, en er dan ook nog een boek voor school bij lenen. Maar, en misschien verbaast je dat, dit is niet mijn favoriete doelgroep. Want de écht fanatieke lezer heeft het leesvirus gewoon in zich, daar heb je als bibliothecaris weinig werk mee. De jongeren die níet willen lezen, die zijn juist het leukst. Huh? Hoe dan? Kom, ik leg het je uit.

Het is donderdagavond. Een jonge knul komt schoorvoetend de bieb binnen. “Ja hoi, ik zoek een boek”,  begint knul. “Weet je het zeker?” vraag ik lachend. “Nou, dat moet van mijn leraar”, antwoordt hij. Ah, daar issie, de aap die in de mouw zat.

“In welke klas van welk niveau zit je?” vraag ik. De jongen noemt zijn klas en niveau en zegt er in één adem achteraan dat het een dun boek moet zijn – absoluut niet meer dan 150 bladzijden, liefst nog minder –, eentje van de lijst die hij op de balie legt. De betreffende lijst ken ik inmiddels nagenoeg uit mijn hoofd, omdat ik de afgelopen tijd veel van zijn leeftijdgenoten heb geholpen met dezelfde vraag.

“Wanneer moet je het uit hebben?” vraag ik, de woorden ‘morgen zeker?’ inslikkend. “Euh… maandag. En het boek moet mee naar school.” Ik begin te lachen. “Daar word ik blij van, van zo’n vraag!” zeg ik enthousiast. De jongen kijkt me met een opgetrokken wenkbrauw aan. “Luister, boeken als Het Gouden Ei, met zijn 97 pagina’s, zijn allemaal uitgeleend en dan ook nog eens gereserveerd door leerlingen die hetzelfde willen als jij. Dus zo’n boek maandag meenemen gaat never nooit niet lukken. We gaan het anders doen. Mag ik concluderen dat je geen fanatieke lezer bent?” De jongen knikt verontschuldigend. “Geen ramp. Ik vond lezen ook zonde van mijn tijd toen ik vijftien was. Van Hersenschimmen van Bernlef heb ik nog altijd een trauma”, zeg ik, terwijl ik naar de titel op zijn leeslijst wijs. “En nu werk ik in een bieb, kun je nagaan. Loop je mee?”

Ik neem de jongen mee naar de Literatuur & Cultuur-hoek en trek een boek van zijn leeslijst uit de kast. Ik zie hem stiekem met zijn ogen rollen. Daarna neem ik een titel uit het Spannend & Actief-rek, van een Nederlandse thrillerschrijfster. “Kijk. Dit boek heeft 304 pagina’s en een sexy vrouw in de hoofdrol. Er wordt een moord gepleegd tijdens een vakantie, er raakt iemand vermist, er komt wat geflirt in voor met wie weet wel de dader, het is eigenlijk een soort soap, maar dan op papier.” De jongen pakt het boek aan. Zijn blik is verveeld. Daarna laat ik het literaire boek aan hem zien. “Je kunt ook voor dit meer psychologische boek gaan. 375 pagina’s.” Er ontsnapt de jongen een verschrikte zucht. “Maar – en je mag niet tegen je leraar zeggen dat je dit in de bibliotheek is verteld – er is ook een film van die je hier kunt lenen. Maar let op: in het boek staan details die in er in de film niet zijn, dus blader het boek altijd door. Een uittreksel ervan is gratis beschikbaar via de uittrekselbank. Weet je wat je doet? Je neemt ze allebei mee. Dan heb je de keuze. Blijkt het ene al na een paar bladzijden niet jouw ding, dan begin je in het andere. Je hebt dan in ieder geval maandag iets om aan je leraar te laten zien.”

Dit is het moment waarop mensen gaan steigeren. Zo van: hoe kún je nu zeggen dat hij ook de film kan kijken? Het uittreksel kan opzoeken? Daar help je hem toch niet mee? Wat ben jij nou voor een biebmiep! Nou, ik ben van mening dat het maar net is hoe je het bekijkt. Als een jongere van vijftien niet van lezen houdt, dan kan ik dat echt niet in een avond veranderen. Ik kan er wel voor zorgen dat hij de bibliotheek eigenlijk best een coole plek gaat vinden. Dat hij erachter komt dat de bibliotheekmensen-van-nu echt wel snappen dat niet iedere vijftienjarige lezen leuk vindt en juist van daaruit proberen mee  te denken. Dat hij heel misschien wel gaat denken: goh, over twee weken is Engels aan de beurt, ik ga dan gewoon weer vragen of ze me kunnen helpen…

En geloof het of niet: zo kwam het de afgelopen tijd tot driemaal toe voor dat ik een jongere die eigenlijk hélemaal niet van lezen hield, drie weken later terugzag, hij toegaf dat hij dat ene boek tóch had uitgelezen omdat het ‘eigenlijk helemaal niet zo erg was’, hij een zeven (eentje zelfs een acht!) had gekregen voor zijn boekverslag en of ik misschien nog zoiets wist, maar dan voor Engels? Ja, dan loop ik lachend door de bieb!