Column 008: "Over voetbalboeken en een juf met krullen"

Bibliocenter Blog - Column 008

Leuke vragen maar vooral leuke mensen in de bibliotheek. Altijd leuk of iemand met plezier en passie op zoek te zien naar een boek.

Een jongen van een jaar of acht komt naar me toe. “Mevrouw! Heeft u ook boeken over voetbal?” “Jazeker hebben we die. Bedoel je een informatief boek over voetbal of een leesboek?” “Nou, in de klas heb ik een boek gelezen. Het ging over een jongen. Met stekeltjeshaar. En hij zat op voetbal. En hij werd een beetje gepest. Maar toen kreeg hij allemaal nieuwe vrienden en wonnen ze de wedstrijd. Heb jij dat boek?” Ik moet stiekem een beetje lachen. Het zou toch mooi zijn als ik van alle boeken de inhoud én titel kende.

“Bedoel je de boeken van Koen Kampioen?” vraag ik, een willekeurige voetbalreeks uitproberend. “Nee…. Maar het was een A-boek! Weet je het dan?” “Hm… nee eigenlijk niet. Misschien kun je op school eens de titel van het boek opschrijven? Dan kom je daarna terug en kan ik kijken of we het boek hebben.”

De kleine man geeft echter niet zo snel op. “Ken je mijn juf? Zij was het laatst hier. Ze heeft krullen. Heb je haar gezien?” Ik moet lachen. “Er komen heel veel mensen in de bieb, ook veel mevrouwen met krullen. Dus ik weet het niet…” “Maar ze heeft twee kinderen”, onderbreekt hij me. “Heb je een mevrouw met twee kinderen in de bieb gezien?” houdt hij vol. “Ze komt heel vaak in de bieb, vertelt ze. Met haar kinderen. En ze heeft krullen.” Ik vertel hem dat er ook heel veel kinderen in de bieb komen. Met hun moeder of vader...

De moeder van de jongen komt naast hem staan, een stapeltje boeken in de hand. “Hassan, misschien kun je eens kijken of je deze boeken ook leuk vind. Dan vragen we morgen aan de juf welk boek jij ’t laatst hebt gelezen. En als we dan volgende week terugkomen bij de bieb, kan deze mevrouw kijken of dat boek er is.” Een tikje teleurgesteld pakt de jongen de boeken van zijn moeder aan. “Dan kom ik volgende week terug!”, zegt hij vastbesloten.  “Ben jij er dan ook?” Hij kijkt me vragend aan. “Op woensdagmiddag ben ik er altijd, gezellig als je dan weer komt”, antwoord ik, terwijl hij al de trap afloopt. “Dan kom ik na mijn voetbaltraining!” roept hij terug.

Ik verheug me er nu al op.