Stadsgedichten van Gaby Rasters

Ga terug

Op deze pagina staan alle gedichten die Gaby Rasters voor Weert heeft geschreven.

Gedichten van enkele regeltjes
kunnen, net als bij egeltjes
Lief en klein
maar toch stekelig zijn

— Gaby Rasters


Stadsgedichten 2026-2027

Weert wil vooruit, maar niet ten koste van alles.
De toekomst vraagt geen haast, wel lef.
Wie blijft wachten op later, mist nu.
Wie durft te kiezen, blijft hier.

— Gaby Rasters


Toen we gingen

Toen we gingen,
dachten we dat we wisten
waarheen.
We hadden kaarten
Plannen.
en Oefenuren.
Maar niemand wist
hoe het zou voelen.
Niemand wist
wat we zouden zien.
Wat we zouden missen.
Wat we zouden meenemen
naar huis.
We gingen samen.
Misschien is dat
wat ons erdoorheen hielp.
Niet omdat we nergens bang voor waren.
Maar omdat niemand
er alleen voor stond.
We deelden voertuigen.
Wapens en het Wachten.
Lange dagen.
Korte nachten.
En soms dingen
waar we later
nooit meer over spraken.
Toen we terugkwamen,
leek alles hetzelfde.
De straten.
De huizen.
De mensen.
Maar wij waren veranderd.
Sommige dingen
bleven achter.
Sommige dingen
kwamen mee naar huis.
Ze zitten niet in een tas.
Niet in een koffer.
Maar ergens diep vanbinnen.
Soms melden ze zich
op onverwachte momenten.
Bij een geluid.
Een geur.
Een herinnering.
Of midden in de nacht.
Wanneer een droom
even geen droom meer lijkt.
Wanneer beelden
die jaren oud zijn
plots weer scherp worden.
Sommige herinneringen
raak je niet kwijt.
Die draag je mee.
Daarom zoeken veteranen elkaar op.
Omdat je soms niets hoeft uit te leggen
aan iemand die het begrijpt.
Maar vandaag staan we ook stil
bij de mensen die niet meegingen en achterbleven.
Partners.
Kinderen.
Ouders.
Vrienden.
Mensen die bleven wachten.
Mensen die soms zagen
dat er iets was veranderd,
zonder precies te weten wat.
Ze konden niet naast ons staan
op die plekken ver van huis.
Maar zij stonden er wel
toen we terugkwamen.
En dat doet ertoe.
Dit Witte Anjerperk
gaat niet alleen over vroeger.
Het gaat over blijven zien.
Blijven luisteren.
Blijven vragen hoe het gaat.
Want erkenning zit niet
in medailles,
in uniformen
of in grote woorden.
Erkenning zit soms
in een kop koffie.
In een arm om een schouder.
In iemand die blijft luisteren,
ook wanneer het verhaal
voor de honderdste keer wordt verteld.
Of juist wanneer het stil blijft.
Want sommige missies
eindigen niet
op de dag dat je thuiskomt.
Daarom staan we hier vandaag.
Tussen de witte anjers.
Als teken van respect.
Van herinnering.
Van verbondenheid.
Voor iedereen die ging.
Voor iedereen die wachtte.
Voor iedereen die nog steeds
de gevolgen met zich meedraagt.
En als belofte
dat we elkaar blijven zien.
Zoals toen.
Zoals nu.
En zolang het nodig is.

Dit gedicht werd voorgedragen bij het openen van het Witte Anjer Perk

Vrijheidsmaaltijd


Pas sinds kort
ken ik het verhaal van mijn opa
mijn opa,
die alles voor mij was,
zonder dat ik wist
van zijn afschuwelijke verleden.

Hij kreeg een brief:
dat hij in Duitsland werken moest.
Hij nam de trein
nog zo jong
naar een plek
die hij niet kende.

Hij moest werken,
dagenlang.
Het bed waarop hij sliep
was geen bed.
Het eten dat hij kreeg
nauwelijks genoeg.

En toen hij probeerde
te vluchten,
werd hij gepakt.

Zijn straf?
Geen eten.
Dagenlang.

Zoals mijn opa
waren er velen
en erger nog dan zijn verhaal:

ondergedoken,
met lege magen
en holle blikken,
waar elk geluid
je kon verraden.

Hoe verberg je
het knorren van je buik
als honger alles vult?

Daarom ben ik vandaag hier:
om het brood te breken
en te delen.

Omdat het kan.
Omdat het mag.
Omdat er nu overvloed is.

We hoeven geen voedsel
meer uit onze mond te sparen
voor wie zwakker is
we kunnen samen delen.

Laten we blijven spreken
over het verleden,
lijnen trekken naar het heden,
zodat we in de toekomst
niet vergeten

hoe kostbaar vrijheid is
en haar blijven eren,
elke keer wanneer we samen eten.


Vrijheidsmaaltijd, 5 mei 2026
Gaby Rasters

De Ramp Van Het Oud Papier


Ze zeiden:
de eerste 72 uur zijn cruciaal.
Water. Blikvoer. Lucifers.
Den Haag had het noodpakket al klaar.

Maar in Weert begon de ramp anders.
Niet met vuur.
Niet met water.
Maar met oud papier
dat niet meer werd opgehaald.

Geen kranten.
Geen dozen die verdwenen;
alles bleef keurig staan
vierkant en zwaar.

De stad deed wat steden doen: paniek.
WhatsApp-groepen ontploften:
Waar moet ik heen met mijn karton?!

We leefden tussen forten van papier.
Kinderen bouwden hutten
van folders die niemand meer nodig had.

En toen
alsof zelfs het universum gevoel voor humor had;
kwam de goedheiligman.
Met cadeaus.
Met bergen inpakpapier.
Met linten kronkelend als slangen door de straten.

De stad kraakte.
Onder glitter.
Onder goedbedoelde liefde.

En ergens, tussen torens van karton,
fluisterde iemand:
misschien is dit het einde
of juist het begin.

Want als de wereld verging,
dan graag in Weert.
Niet stil.
Maar feestelijk.
Met dozen tot aan de hemel
en genoeg papier
om opnieuw te beginnen.

Want als de wereld verging,
dan in Weert.
Niet stil.
Maar eerst klagen…

…en dan pas oplossen.

Welkom in Weert


Welkom in Weert,
de stad die innovatie opnieuw uitvindt –
niet met chips, maar met kruimels.
Niet met AI, maar abrikozenvulling.
Waar geen algoritmes leren,
maar deeg rust.
Waar niets wordt geüpdatet,
maar alles rijpt.

Terwijl Brainport zich verliest
in robots, dashboards en sprongen,
bouwen wij aan iets fundamentelers:
VlaaiTech.
Een ecosysteem van boter en betekenis.

Hier draait de eerste VlaaiChain:
elke hap gecodeerd
in het grootboek van zoetigheid.
Geen cookies – maar korsten.
Geen firewalls – maar ovens.

Onze start-ups?
Drone Delivery Vlaai™ –
slagroom op je dak
voor je koffie afkoelt.
Smart Vlaai 2.0 –
een app die aanvoelt:
kers vandaag,
advocaat morgen.

Hier staan we soms stil.
Niet omdat we vastlopen,
maar omdat ideeën ruimte nodig hebben.
Tussen richtingaanwijzers en rastervlaaien
ontstaan plannen zonder haast.
In Weert noemen we dat geen vertraging,
maar voorbereiding.

Eindhoven mag springen.
Wij rijzen.
Langzaam.
Zeker.
Zoals deeg dat weet
wat het wordt.

De toekomst is niet van silicone,
maar van suiker.
Niet van snelheid,
maar van smaak.
Niet Brainport.
VlaaiPort.

Weert.
Waar innovatie naar boter ruikt.
Waar de toekomst uit de oven komt.
Kom niet kijken.
Kom proeven.

Chemie - Verliefdheid - Liefde


Het begint
voordat ik besluit
dat jij iets voor mij bent.

Mijn lichaam is sneller
dan mijn hoofd.
Een lichte verschuiving,
alsof ik mijn gewicht verplaats
zonder te bewegen.

Je staat dichtbij.
Niet te dichtbij —
maar precies daar
waar afstand aandacht wordt.

Mijn adem past zich aan
zonder dat ik haar tegenhoud.

Je zegt iets kleins.
Ik hoor vooral
hoe je mond het zegt.
De stilte daarna
blijft hangen tegen mijn huid,
alsof ze wil blijven
zonder iets te eisen.

Dan is er dat moment
dat te lang duurt
om onschuldig te blijven.

Je beweegt niet.
Ik ook niet.
Maar in mijn hoofd
is je mond al onderweg.

De kus gebeurt nergens
en overal tegelijk.
Niet op mijn lippen,
maar achter mijn ogen.
In mijn nek.
In de spanning
die zich vastzet
tussen ons in.

De kus die niet gekust werd

Blijft vragen om herhaling.

Dit is een verlangen dat schreeuwt.
Dit is spanning die wacht.
Een hand die niets doet
en daardoor
alles betekent.

Bij jou hoef ik niets te bewijzen.
Dat maakt me alert.
Ik ben gewend aan scherp blijven,
aan controle.

Jij laat me voelen
wat er gebeurt
als ik durf te dromen

En mijzelf openstel.

Dan komt verliefdheid.
Ze nestelt zich
zonder toestemming.
Niet in grote gebaren,
maar in herhaling.

In hoe ik aan je denk
op momenten
waarop ik aan het werk moet

En voor het slapen gaan

En als ik wakker word

Eigenlijk continue

Ik wil je nabij
zonder aanraking.
Ik wil weten hoe je ruikt
zonder dichterbij te komen.
Ik mis je
terwijl je nog tegenover me zit.

Verliefdheid maakt me
traag
en ongeduldig tegelijk.
Ze laat me wachten
op niets concreets.
Alleen
op jou.

Maar ze is wankel.
Te scherp soms.
Te veel belofte
zonder bodem.

De spanning verdwijnt niet.
Ze verandert van vorm.
Ze zit nu
in wat we uitstellen
omdat het te echt zou worden.

Mijn lichaam herinnert zich
die kus die nooit plaatsvond.
Niet als gemis,
maar als echo.

En dan
als ik niet wegkijk,
als jij blijft

wordt het stiller.

Niet kouder.
warmer juist.

Oprechter.

Waar verliefdheid vraagt:
zie mij, kies mij, voel mij,
zegt liefde:
ik ben hier — vandaag en altijd.

Liefde komt zonder haast.
Ze hoeft niets te bewijzen.
Ze blijft
op dagen dat ik niet licht ben,
niet leuk,
niet makkelijk.

En wanneer ik twijfel.

Ze is
dat je naast me zit
zonder me aan te raken
en dat ik toch weet
waar je bent.

Liefde is blijven
waar ik vroeger spanning zocht.
Kiezen
zonder garantie.

En soms is liefde dit:
dat mijn adem rustig wordt
in jouw nabijheid
en ik denk — eindelijk —

ik hoef niets te spelen
en hoef ik nergens anders te zijn.